Stichting Molens Binnenmaas

Korenmolen De Goede Hoop

Korenmolen De Goede Hoop

Algemene informatie


Nummer: 30150
Naam: Korenmolen De Goede Hoop
Plaats: Mijnsheerenland
Adres: Molenweg 17, 3271 AM Mijnsheerenland
Gemeente: Binnenmaas
Provincie: Zuid-Holland
Molencategorie: windmolen
Type: Ronde stenen grondzeiler
Maalvaardig: De molen is niet maalvaardig en verkeert in een slechte staat van onderhoud
Bouwjaar: 1749
Eigenaar: Stichting Molens Binnenmaas
Molenaar: Wim van der Giesen, tel. 0655 123 557
Nevenmolenaar(s):
Sleutelhouder: Jaap van der Heiden, tel. 0186-573601

Technische informatie


Vlucht: 22,80 m
Wieksysteem: Oud-Hollands
Binnenroede: 22,80 m.nummer 1393, bouwjaar 1893
Buitenroede: 22,80 m, nummer 1444, bouwjaar 1885
As: staal, fabr. Firma Enthoven & Co, bouwjaar 184, lengte 3,15 m.
Vang: losse Vlaamse blokvang uit 4 stukken, vangbalk met haak, vangstok, kneppel
Bovenwiel of aswiel: bovenwiel 54 kammen, bovenschijf 24 staven, steek 13,5 cm spoorwiel 48 kammen, steenschijf 19 staven, steek 9,5 cm
Overige molen- of aandrwielen:
Belt- of stellinghoogte:
Kruiwerk: 30 deels houten, deels ijzeren rollen, kruirad
Biotoop: slecht
Rijksmonumentnummer: 30150
Specificaties:

Geschiedenis

Algemene informatie

De Goede Hoop is een ronde stenen grondzeiler met een vlucht van een kleine 23 meter. De molenromp is aan de westzijde voorzien van een pleisterlaag en de hele romp is gewit. De indeling van de molen is opmerkelijk. Op de plaats waar in de meeste korenmolens zich de luizolder bevindt, draait het spoorwiel. Het luiwerk is in de balklaag van de kapzolder geplaatst. Het luiwiel is een sterwiel, dat in de kammen van het spoorwiel grijpt. Ook dit is een bijzondere constructie. Het staakijzer van het koppel stenen is daarom behoorlijk lang. De molen heeft nog oude potroeden, die het behouden waard zijn. 

Geschiedenis

Reeds in 1455 bezat Mijnsheerenland een standerdmolen, staande aan de Blaaksedijk recht tegenover de Vrouwenhuisjesweg. Op 27 juli 1649 sloot de toenmalige ambachtsheer met de molenaar Teunis Simonsz (Slooter) een contract voor het bouwen van een nieuwe korenmolen. De molenaar kreeg hierbij een perceel grond in erfpacht. Dit was een wipkorenmolen, waarschijnlijk met een met riet gedekte kap en ondertoren.

Omstreeks 1740, dus nog geen 100 jaren oud, wordt de molen door Gijsbert Batenburg vervangen door de nu nog aanwezige stenen molen. Het huidige spoorwiel is waarschijnlijk nog uit de wipmolen afkomstig.

In 1753 verzoeken ”Gijsbert Batenburg, korenmolenaar van Mijnsheerenland, Arij Rijshouwer, Korenmolenaar van Goidschalxoord, Cornelis de Bruijn, korenmolenaar van Puttershoek, en Jacobus de Leeuw, korenmolenaar van ‘s-Gravendeel, aan de Staten van Holland en West-Vriesland” om toestemming tot verhoging van het maalloon. Dit verzoek werd onder andere voor advies in handen gesteld van Schout en gerecht van Mijnsheerenland van Moerkerken. Deze waren tegen de verhoging. Dit was niet zo verwonderlijk aangezien zij als inwoners van Mijnsheerenland het verhoogde maalloon zouden moeten betalen. Uit de vele tegenargumenten blijkt dat op de molen van Mijnsheerenland ook gemalen werd voor een deel van de inwoners van Westmaas, Heinenoord en St. Anthoniepolder.Voorts werd vermeld dat “hij gelijk nog in den voorleden jaren in plaats van een Houten wipmolen een nieuwen steenen molen heeft gestigt”. Uit het verhaal blijkt ondermeer dat hij nog 8 kinderen heeft, terwijl als klap op de vuurpijl er op wordt gewezen dat “geen ander Burgeren of Ingesetenen rijkelijk in Klederen en van Gout en Silver zijn voorzien, dan het huishouden van opgemelden molenaar”.

De molen kent in de loop der jaren verschillende eigenaren. In 1922 wordt Dirk Abraham Landheer eigenaar van de molen. Hij exploiteert er een maalderij, waarin de wind aangedreven molen een steeds kleinere rol is gaan vervullen. Op het laatst doet de molen vrijwel uitsluitend dienst als opslagruimte. In 1956 verkoopt hij de molen aan Pieter Oosthoek. Die is daarmee de laatste korenmolenaar in Mijnsheerenland, want hij verkoopt in 1958 de molen aan de gemeente Mijnsheerenland.
In 1984 kwam de nieuwe gemeente Binnenmaas in het bezit van de korenmolen. In 1992 werd deze overgedragen aan de Stichting Molens Binnenmaas. 
Het rijksmonument korenmolen De Goede Hoop is een rondstenen grondzeiler met een rijke geschiedenis, die nauw verweven is met Mijnsheerenland. Omdat er nooit een ingrijpende restauratie heeft plaats gevonden, is de molen zeer fraai en authentiek. ‘Opleukingen’ en moderniseringen hebben er nooit plaatsgevonden. Zo beschikt de molen nog steeds niet over een elektrische installatie die, vaak aangelegd in het begin van de vorige eeuw, zoveel monumenten ontsiert.

In de afgelopen jaren konden er met de (particuliere) eigenaren van de aan de molen grenzende percelen constructieve afspraken worden gemaakt over de verbetering van de biotoop. Dit heeft er in geresulteerd dat in 2014 en 2015 een drastische sanering van het bomenbestand en het hoog opgroeiend struikgewas rondom de molen kon worden uitgevoerd, welke ook voor de toekomst is geborgd. 

Project

Aan het tot stand komen van het herstelplan om de molen draaivaardig te maken, hebben naast het gebruikelijke bouwtechnisch onderzoek, zowel op locatie als op kantoor, een aantal sessies ten grondslag gelegen. Naast onze stichting, als eigenaar, hebben de volgende partijen aan het plan hun bijdrage geleverd: de molenaar, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de gemeente Binnenmaas, Vaags Molenbouw in de hoedanigheid van beoogd aannemer/molenmaker en Erfgoed Advies Groen. Als onderdeel van Vaags Molenbouw was een speciale rol weggelegd voor Vaags Molentechniek met haar expertise en plan van aanpak voor het restaureren van de meer dan een eeuw oude potroeden.

Aan het opstellen van het bestek ging een uitvoerige inspectie op locatie vooraf. De uitvoering van het project ‘De Goede Hoop draaivaardig’ beperkt zich tot het uitvoeren van die werkzaamheden, welke noodzakelijk zijn om:
- weer veilig met de molen te kunnen draaien;
- vrijwilligers en bezoekers een veilig betreden te garanderen:
- en (‘last but not least’) er voor te zorgen dat het monument er weer decennia lang tegen kan.
Er is voor gezorgd dat de noodzakelijke werkzaamheden het uiterlijk en innerlijk, alsmede de sfeer/beleving van de molen niet zullen aantasten. Na het gereed komen van het project, met reparaties en spaarzame vervangingen waar dat onvermijdelijk is, zal de molen er nog hetzelfde uitzien. Dat is waar het om gaat in dit bijzondere project.

Over de werkzaamheden voor het draaivaardig maken van de molen

De molen verkeert in een matige staat van onderhoud. In de afgelopen jaren zijn de kozijnen, ramen, luiken en deuren en de staart vervangen en heeft de molen een complete schilderbeurt ondergaan. Ook is er nieuw riet op de kap aangebracht en is aan de buitenkant van de romp het metsel-, voeg- en pleisterwerk hersteld. Deze op conservering van de molen afgestemde werkzaamheden, hebben er mede voor gezorgd dat de molen kurkdroog is gebleven.

Om de molen in een goede draaivaardige conditie te brengen, waarbij het voor de vrijwilligers veilig is om met de molen te werken en voor het publiek om de molen te bezoeken, moeten een aantal werkzaamheden wordt uitgevoerd, waarvan hierna een globale opsomming volgt. Op verzoek is een gedetailleerd overzicht beschikbaar op basis van de stabucodering, met onderverdeling in sub-groepen, conform het begrotingsmodel van de RCE.

  • De tuigage van het wiekenkruis is enige jaren geleden verwijderd. De nog in goede staat verkerende windborden zijn opgeslagen op de steenzolder. De roeden zijn van het fabricaat Gebr. B. Pot en zijn van grote monumentale waarde. Diverse platen zijn los wegens ontbrekende klinknagels. Desondanks blijkt, na deskundig onderzoek en afstemming met de RCE, restauratie van deze roeden nog zondermeer mogelijk. Na de restauratie van de roeden zal het hekwerk worden aangebracht.

  • In de romp van de molen is eerder scheurvorming opgetreden, wat - tijdens het herstel van het metselwerk enkele jaren geleden - door injectering en het inboeten van metselwerk is hersteld. Om mogelijke nieuwe scheurvorming (een vaak optredend euvel bij dit type molen) te voorkomen, zal rondom de molen onder het maaiveld, een betonnen gewapende ringbalk worden aangebracht.

  • Diverse zolderbalken zijn in de oplegging verrot. Deze zullen polymeerchemisch hersteld worden.

  • Het spruitluik aan de keerzijde van de trap wordt gerepareerd omdat het kleedhout is losgesprongen en opnieuw moet worden vastgezet.

  • De halssteen moet worden hersteld en aan de windpeluw zal polymeerchemisch herstelwerk moeten worden verricht.

  • De staartbalk is ingezakt en zal moeten worden uitgezet.

  • De vangblokken zijn erg dun en moeten worden opgedikt. De vang dient vervolgens opnieuw te worden afgesteld.

  • Het achterveld van het bovenwiel is op verschillende plaatsen gescheurd en moet hersteld worden.

  • De koningsspil heeft te veel speling in de ijzerbalk en dat moet gecorrigeerd worden. Verder is een kruisarm van het spoorwiel gekraakt, wat gefixeerd moet worden met behulp van glasfiberstaven.

  • De opwigging van alle wielen moet worden nagezien en waar nodig hersteld.

  • In de molen ontbreken de nodige traphekken en een schuifluik op de kapzolder. Deze moeten worden aangebracht.

  • Hout- en ijzerwerk en molenromp zullen geschilderd moeten worden. 

Na voltooiing van de werkzaamheden zullen de molen en de omgeving van de molen, waar aan de orde, gecheckt worden aan de veiligheidseisen conform de Veiligheidsmap 2012, die van toepassing is op al onze molens. Waar dat nodig blijkt te zijn, zal daarin worden voorzien. 


Openingstijden/Inbedrijfstelling

De SMB streeft er naar de maalvaardige molens op vaste tijden voor belangstellenden open te stellen. Op afspraak kunnen de molens door groepen ook op andere tijdstippen worden bezocht.

De molen is vooralsnog alleen op afspraak met de molenaar/beheerder te bezoeken. 

Korenmolen De Goede HoopKorenmolen De Goede HoopKorenmolen De Goede HoopKorenmolen De Goede HoopKorenmolen De Goede Hoop